Berichten

Vijf vragen aan: Loes van Langen

‘Als ik hoor dat andere mensen zo plotseling door kanker worden getroffen raak ik helemaal van slag. Maar bij mijzelf is dat nooit gebeurd.

Vijf vragen aan: Loes van Langen

De diagnose kanker doet veel met je. Of je nu zelf de diagnose krijgt, of iemand die je lief hebt. Elke maand stellen we iemand vijf vragen die dankzij de ondersteuning van Stichting OOK beter om kan gaan met de impact van kanker. Deze maand vertelt Loes haar verhaal.

  1. Kun je kort iets over jezelf en je diagnose kanker vertellen?

Ik ben Loes van Langen, 59, en ik woon in Zeeland. Mijn passie is bewegen op muziek met ouderen met Parkinson en dementie. Vorig jaar is mijn droom om hiervoor een professionele stichting op te richten uitgekomen. Maar op het hoogtepunt werd ik ziek. Toen ik de diagnose uitgezaaide kanker kreeg (in mijn longen, ruggenwervels, borstbeen, lymfe en keel) vroeg ik meteen aan mijn oncoloog: ‘Kunt u mij beter maken?’ ‘Nee’, zei zij, ‘we kunnen u niet beter maken, enkel een nog zo aangenaam mogelijk leven geven.’ Daar schrok ik gek genoeg niet van. Als ik hoor dat andere mensen zo plotseling door kanker worden getroffen raak ik helemaal van slag. Maar bij mijzelf is dat nooit gebeurd. Het klinkt raar, maar ik voelde me eigenlijk ontzettend opgelucht dat ik geen keuzes hoefde te maken als palliatieve patiënt. Dat ik mijn eigen weg kon inslaan met bijvoorbeeld wietolie, voedingssupplementen en meditatie. Ik ben wél twee keer bestraald vanwege de pijn, dat was heel fijn.

  1. Waar liep je, na je diagnose kanker, tegenaan in jouw dagelijks leven?

De eerste maanden kon ik alleen maar op bed liggen. Ik kon net met een rollator naar de badkamer, dan werd ik in twee minuten gewassen en moest ik als de wiedeweerga weer terug naar bed. Dat ik hierdoor mijn passie, dansen met ouderen, moest opgeven, dat was héél moeilijk en pijnlijk. Daarnaast kwamen er veel vragen naar voren op gebied van zingeving. ‘Waarom heb ik kanker?’ ‘Wat zegt de kanker mij?’ Ik ben heel bewust bezig geweest met dat soort onderwerpen. Ondanks moeilijke momenten heb ik vanaf het begin altijd het vertrouwen gehad dat het goed zou komen hoor, ook al weet ik zelf niet wat ‘goed’ dan precies inhoudt.

  1. Hoe ging je hiermee om? Wat deed je eraan?

Ik was altijd al bezig met zingeving, voornamelijk in mijn werk. Toen ik ziek werd zag ik heel duidelijk een pad naar ‘genezing’ voor me. Ik had zoiets van: ‘Oké, we gaan een nieuwe weg inslaan.’ Je kunt zoveel met de geest, bijvoorbeeld door naar meditaties te luisteren. Ik mediteer dagelijks met behulp van een bepaalde stem, waardoor het voelt alsof ik gedragen word. Ook luister ik naar een aantal meditaties speciaal voor mensen met kanker. Verder komt er iemand bij mij thuis die helpt om emoties die ‘vastzitten’ op mijn organen los te laten. Zo probeer ik te begrijpen wat de kanker mij zegt, al klinkt dat misschien vreemd.

Ook heb ik geleerd om te vragen en te ontvangen, je hebt andere mensen nodig. Kanker heb je samen, in mijn geval met mijn man en alle lieve mensen om me heen.

  1. Hoe heeft Stichting OOK je geholpen?

‘Hoe ga ik om met de energie die ik heb, om een zo aangenaam mogelijk leven te kunnen leiden?’ Daar heb ik de hulp van Stichting OOK voor gevraagd. Voor mijn ziekte deed ik van alles op de automatische piloot. Diep van binnen wist ik dat als ik nu mijn levensstijl niet aan zou passen, ik dood zou gaan. Online kwam ik het Helen Dowling Instituut tegen, waar ik binnenkort start met een behandeling voor vermoeidheid bij kanker. Toch voelde ik dat ik direct ondersteuning nodig had. Via een vriendin stuitte ik op Stichting OOK en de begeleiding die zij aanbieden bij kanker. Ik heb me gelijk aangemeld, geweldig! Ik luister de meditaties via de online omgeving Mijn OOK en bel met Jolanda, de ondersteuningsconsulent. Ik moet niks en besluit zelf wanneer ik behoefte heb aan ondersteuning, dat vrijblijvende is fijn. En het gevoel hebben dat er iemand voor je is.

  1. Welke tip zou je anderen geven?

Probeer te voelen wat echt belangrijk voor je is en wat je nodig hebt, en zeg nee als je ergens geen behoefte aan hebt. Je mag vragen en ontvangen, zonder het gevoel te hebben iets terug te moeten doen. Laat je dragen! Er is zoveel hulp voor mensen zoals jij en ik, die te kampen hebben met de naweeën van kanker. Dat is ook bewustwording, je hoeft het niet alleen te doen.

 

Wil je meer informatie over welke ondersteuning bij kanker bij jou past of heb je zelf vragen? Neem dan contact op met de ondersteuningsconsulent in Mijn OOK, de online omgeving voor ondersteuning bij kanker. Samen met de ondersteuningsconsulent bekijk je wat jou zou kunnen helpen. Klik hier voor meer informatie over Mijn OOK.

Vijf vragen aan: Henry Wolterink – Geestelijk verzorger

“Erover praten is uiteindelijk veel belangrijker dan het vinden van een oplossing”

Wie de diagnose kanker krijgt wordt veelal geconfronteerd met vragen over de zin van het leven, ziekte en de dood. Deze maand spreken we Henry Wolterink, geestelijk verzorger in het Maasstad Ziekenhuis. We stellen hem vijf vragen over zijn rol binnen het ziekenhuis en het belang van het gesprek met de patiënt rondom zingeving. 

1. Kun je kort iets over jezelf vertellen en over je rol als geestelijk verzorger?

Ik ben Henry Wolterink, 62, en ik werk als geestelijk verzorger in het Maasstad Ziekenhuis in Rotterdam. Veel mensen koppelen deze functie nog steeds aan het geloof, maar het is inmiddels veel breder geworden. Iedereen heeft een bepaalde levensbeschouwing. De existentiële vragen die het leven je stelt, dat is waar mijn vak over gaat: ‘Waarvoor zijn we hier?’ ‘Wat doen we hier?’ Wanneer je te maken krijgt met een crisis zoals kanker komen dat soort vragen naar de oppervlakte. De antwoorden heb ik natuurlijk ook niet, maar ik kan wel door mijn manier van vragen stellen helpen om wat duidelijkheid te creëren. Vaak is het voeren van een gesprek over deze onderwerpen al heel ordenend, het feit dat erover gepraat kan worden. Zoals Machteld Huber zegt: “Zingeving is de sterkste gezondheid bevorderende kracht in de mens”. Ik zie hoe dat in de praktijk inderdaad vaak zo is.

2. Wat wil jij als geestelijk verzorger bij de patiënt bereiken?

Mijn doel is vooral om een goede gesprekspartner te zijn. Vaak zijn patiënten na de diagnose kanker volledig in paniek. Alleen het woord ‘kanker’ roept al zo enorm veel emoties en gedachten op. En ondanks dat het ondertussen een chronische ziekte aan het worden is, denken veel mensen toch: ‘kanker, dan ga je dood’. Ik probeer het onderwerp bespreekbaar te maken, waardoor de patiënt zelf wat orde krijgt. Uiteindelijk hoop ik dat dit er toe leidt dat men iets van vrede of rust vindt.

3. Waar kun je zelf of als naaste het beste naartoe als je vragen of hulp nodig hebt op dit gebied?

Op de oncologie afdeling spreek ik voornamelijk mensen die in de acute fase van de ziekte zitten. Ik verwijs dan zelf ook vaak door naar de psycholoog en de maatschappelijk werker binnen het ziekenhuis. Dat patiënten kunnen praten met iemand vinden ze sowieso fijn, en met wie maakt in eerste instantie niet zoveel uit. Bij vragen over de zin van het leven moet men wel echt bij de geestelijk verzorger terechtkomen, daar zijn we speciaal voor opgeleid. Daarnaast verwijzen oncologieverpleegkundigen op de poli door naar Stichting OOK. De verwerking van kanker komt namelijk vaak pas naderhand. Dan is de online begeleiding die je kunt krijgen via Mijn OOK een fijn hulpmiddel, bijvoorbeeld op het gebied van zingeving.

4. Met wat voor soort vragen komen mensen bij je? Kun je een voorbeeld noemen?

Dat is heel verschillend, maar er zijn wel een aantal vragen die vaak terugkomen. Zo krijg ik geregeld de ‘waarom’ vraag: ‘Ik heb altijd zo netjes geleefd en opgepast, waarom overkomt mij dit?’ Daar heb ik natuurlijk geen antwoord op, maar er schuilt meestal wel wat onder. Verongelijktheid bijvoorbeeld. Is het feit dat jij kanker hebt niet eerlijk? Tegenover wie dan, gaat daar iemand over? Of angst. Dat zijn de onderwerpen waar je op terecht komt. Maar ook de pijn over het afscheid moeten nemen is iets wat vaak aan bod komt. Mensen zeggen regelmatig: ‘Ach dat ik zelf ga, dat vind ik niet zo erg, maar mijn kinderen blijven alleen achter. Voor hen zou ik nog willen leven.’

5. Heb je nog tips hoe om te gaan met vragen of (negatieve) gedachten rondom de zin van het leven bij kanker? 

Zoek een gesprekspartner. Dit kan bijvoorbeeld een geestelijk verzorger zijn, die zijn er tegenwoordig ook binnen de eerste lijn. Erover praten is uiteindelijk veel belangrijker dan het vinden van een oplossing.


Meer informatie

Stichting OOK

Heb jij vragen over het omgaan met de gevolgen van kanker, bijvoorbeeld op gebied van zingeving? Kom via de online omgeving Mijn OOK in contact met een ondersteuningsconsulent, en ontvang persoonlijk advies en begeleiding. Lees hier meer informatie over het platform en het aanmaken van een account.