Berichten

Online module ‘Op adem na borstkanker’ landelijk beschikbaar

De module ‘Op adem na borstkanker’ is vanaf nu beschikbaar in de online omgeving ‘Mijn Optimale Ondersteuning bij Kanker’ (OOK) van Stichting OOK. De zelfhulpmodule is bedoeld voor vrouwen in Nederland die de behandeling van borstkanker achter de rug hebben en is ontwikkeld in samenwerking met het Radboudumc, Borstkankervereniging Nederland en Karify. In de module kunnen vrouwen zelf aan de slag met emotioneel herstel, zonder tussenkomst van psycholoog of medisch specialist. Omdat de module onderdeel is van Mijn OOK kunnen zij altijd terugvallen op een zorgprofessional, gespecialiseerd in de oncologie, van Stichting OOK.

Leven weer oppakken

Na de behandelperiode van borstkanker ervaren veel vrouwen de herstelperiode als een leegte. De emotionele verwerking begint dan eigenlijk pas. De module ‘Op adem na borstkanker’ laat zien hoe mensen met borstkanker zelf het leven weer op kunnen pakken na de behandelingen voor borstkanker. De zelfhulpmodule heeft twee doelen: het verminderen van mogelijke klachten om te leven met de gevolgen van borstkanker en het helpen bij het laten toenemen van eigen krachten en mogelijkheden. Zowel vrouwen met wie het in deze herstelfase redelijk goed gaat, als degenen die nog problemen ervaren, kunnen dus baat bij de module hebben.

Het biedt hulp door middel van informatie over de gevolgen van borstkanker, testen en opdrachten. Prof. dr. Judith Prins, hoogleraar Medische psychologie van het Radboudumc: “Ik ben trots dat ons zelfhulpprogramma ‘Op adem na borstkanker’ landelijk beschikbaar is in Mijn OOK. Er is meer dan tien jaar gewerkt aan ontwikkeling en wetenschappelijke toetsing.”

Persoonlijk advies van ondersteuningsconsulent Mijn OOK

Vrouwen die tijdens het doorlopen van de module vragen hebben of een gesprek willen, kunnen online terecht bij de ondersteuningsconsulent voor advies. “Een ondersteuningsconsulent is een ervaren zorgprofessional, gespecialiseerd in de oncologie, die altijd voor je klaar staat en samen bespreekt hoe je om kunt gaan met de gevolgen van kanker op het dagelijks leven. Na aanmelding in Mijn OOK maakt de ondersteuningsconsulent graag een afspraak voor een eerste kennismaking middels (video)bellen,” vertelt Bart Diederen van Stichting OOK. “Daarna kunnen mensen volledig zelfstandig aan de slag met de module ‘Op adem na borstkanker’ of op een later moment verdere begeleiding ontvangen bij het herstel.” De online omgeving is beschikbaar voor alle mensen met kanker.

Lees meer informatie over de module en de online omgeving Mijn OOK voor ondersteuning bij kanker via de onderstaande button:

Lymfoedeem & kanker: Waar herken je het aan en wat kun je er zelf aan doen?

Door kanker loop je het risico om lymfoedeem te ontwikkelen, een abnormale ophoping van lymfevocht. Dit kan zorgen voor zwellingen in bijvoorbeeld je arm, been of gezicht. Susan Gabriëls, ondersteuningsconsulent bij Stichting OOK en oedeem- & oncologiefysiotherapeut, krijgt regelmatig vragen over veranderingen aan het lichaam door kanker. Zij vertelt hoe je lymfoedeem kunt herkennen en wat je zelf kunt doen om het risico zoveel mogelijk te beperken.

Hoe herken ik lymfoedeem?

Susan: “Heb je te maken met kanker en zijn er een of meerdere lymfeklieren weggehaald of bestraald? Of heb je een tumor of uitzaaiingen in de lymfeklieren of vaten? Dan is het goed om op het volgende te letten:

  • Is er oedeem zichtbaar in het aangedane lichaamsdeel? Soms kun je er een kuiltje in duwen of staat er een afdruk van je kous of armband in de huid.
  • Vaak voelt het lichaamsdeel zwaar, vermoeid en stram aan.
  • De huid kan anders aanvoelen: stugger, strak en soms wat roodkleuring of glans op de huid.
  • Oedeem kan bewegingsbeperking geven van de arm of het been.

Als je een of meerdere van de bovenstaande symptomen ervaart, bespreek deze dan met je behandelend specialist of huisarts. Vraag hierbij om een doorverwijzing naar een oedeemtherapeut (dat kan een fysio- of huidtherapeut zijn).”

Waar kan ik zelf op letten?

Susan: “Probeer de arm of het been goed in beweging te houden. Door het aan- en ontspannen van de spieren pomp je het lymfevocht namelijk weg.

Voorkom daarnaast zoveel mogelijk statische houdingen. Lang staan veroorzaakt bijvoorbeeld veel vocht in het been. Doordat je niet loopt is er geen pompwerking van het lymfesysteem en kan het been vollopen. Ga je daarentegen lopen of fietsen, dan pomp je het lymfevocht juist weg en wordt de kans op vochtopeenhoping kleiner. Daarnaast is lang achter de computer zitten statisch voor je armen. Wissel deze houding dus af met beweging, zoals grote zwaaibewegingen van de armen. Let hierbij wel op je eigen grenzen: Bewegen mag géén pijn geven!”

Extra tips bij lymfoedeem & kanker

  • Voorkom extreme warmte, zoals een zeer heet bad.
  • Houd de huid goed in de gaten, voorkom wondjes en desinfecteer als je een huidbeschadiging oploopt. Zodra er lymfeklieren weggenomen zijn, is de kans op wondroos groter bij huidschade aan de arm of been.
  • Leg het been of de arm ‘hoog’ neer zodra je gaat zitten.
  • Probeer 2 liter water per dag te drinken.
  • Op de site van Nederlands Netwerk voor Lymfoedeem en Lipoedeem is meer informatie te vinden over zelfmanagement bij lymfoedeem.

Heb je vragen over lymfoedeem of andere veranderingen in of aan je lichaam door kanker? Je komt in contact met ondersteuningsconsulent Susan of haar collega’s via de online omgeving Mijn OOK. Je maakt kosteloos een account aan via de onderstaande knop. Vervolgens kun je na de inlog een afspraak maken met de ondersteuningsconsulent, om te (video)bellen over jouw vragen of zorgen.

Koploper Jolanda Dekker over ondersteunende zorg bij kanker in de 1e lijn

Idealiter zou bij elke huisarts iemand moeten werken die niet-medische ondersteuning geeft bij kanker, zodat de begeleiding van patiënten zo optimaal mogelijk is.

In 2019 is Stichting OOK gestart met de zogenoemde Koplopersgroep. Dit initiatief brengt verschillende zorgprofessionals samen die werkzaam zijn in de huisartspraktijk en zich willen richten op de ondersteuning van mensen met kanker. Iedere maand spreken we een Koploper over het belang van deze zorg. Jolanda Dekker, casemanager oncologie in huisartspraktijk Copenhaege in Vlaardingen, bijt het spits af en vertelt over haar werkzaamheden en visie op gebied van niet-medische oncologische ondersteuning in de 1e lijn.

1. Kun je kort iets over jezelf en je achtergrond vertellen?

Ik ben Jolanda Dekker, casemanager oncologie in de huisartsenpraktijk Copenhaege te Vlaardingen. Voordat ik deze functie kreeg ben ik dertig jaar fysiotherapeut geweest, waarvan ik twintig jaar een praktijk voor oedeem- en oncologiefysiotherapie heb gehad. De ondersteuning en begeleiding van oncologiepatiënten heeft dus al heel lang mijn interesse. In mijn zoektocht naar betere begeleiding van de oncologiepatiënt in de 1e lijn (dus buiten het ziekenhuis) kwam ik in contact met de huisartsen van de praktijk Copenhaege. Zij waren ook op zoek naar iemand die hun patiënten wilde gaan begeleiden, zo is de samenwerking ontstaan.

2. Wat zijn jouw werkzaamheden op het gebied van niet-medische ondersteuning bij kanker?

Als casemanager oncologie ondersteun ik de huisarts bij het verlenen van zorg aan patiënten en hun naasten. Bijvoorbeeld door te helpen bij niet-medische vragen die te maken hebben met het ziekteproces of het bieden van een luisterend oor.

Steeds meer oncologiepatiënten krijgen, soms jaren na afloop van hun behandeling, te maken met de gevolgen van hun ziekte en de behandeling ervan. Ze verblijven het grootste deel van het ziekteproces thuis. In het veelomvattende en vaak jarenlange ziekteproces is de casemanager oncologie een betrokken zorgverlener die informatie en emotionele ondersteuning biedt. Daarnaast kan ik als brug fungeren tussen de huisarts, de patiënt en andere zorgverleners.

De casemanager oncologie volgt de patiënt tijdens het hele ziekteproces en is laagdrempelig bereikbaar en beschikbaar. Daar waar het nodig is kan ik helpen de juiste zorg te vinden en eventueel te regelen.

3. Hoe is de niet-medische ondersteuning bij kanker tot stand gekomen en hoe zie jij de verdere ontwikkeling hiervan? 

Dit is tot stand gekomen vanuit mijn wens om oncologiepatiënten in de 1e lijn beter te kunnen begeleiden. Ik merkte als fysiotherapeut dat patiënten in het ziekenhuis goed begeleid werden, maar daarbuiten of na het behandeltraject in het ziekenhuis is het vaak zoeken naar de juiste hulp of ondersteuning. Dat kost patiënten veel energie, wat ze beter ergens anders aan zouden kunnen besteden. Idealiter zou bij elke huisarts iemand moeten werken die niet-medische ondersteuning geeft bij kanker, zodat de begeleiding van oncologiepatiënten zo optimaal mogelijk is.

4. Wat is het belang van niet-medische ondersteuning bij kanker in de 1e lijn?

Vanuit betrokkenheid en expertise optimale begeleiding en ondersteuning geven aan mensen met en na kanker, zodat zij hun levenskwaliteit kunnen verbeteren of zoveel als mogelijk kunnen behouden.

5. Hoe zie jij de toegevoegde waarde van de Koplopersgroep?

We leren veel van elkaar en trekken samen op in de ontwikkeling van een ‘nieuwe’ standaardwerkwijze voor ondersteuning bij kanker in de 1e lijn, die in onze praktijken zal worden getoetst. Hierbij ondersteunen we elkaar actief, waardoor de kwaliteit van de begeleiding van de oncologiepatiënten nog beter wordt.

6. Hoe ondersteunt Stichting OOK hierin?

Stichting OOK faciliteert en ondersteunt ons. Ze denken mee, hebben tips en dragen relaties aan. Deze samenwerking en ondersteuning is erg fijn, het helpt de beoogde functie naar een hoger plan. Daarnaast heeft Stichting OOK het zogenoemde OOK Canvas ontwikkeld, een gespreksinstrument toegespitst op de oncologie. We hebben hiervoor een training gehad, zodat we de praatplaat kunnen gebruiken tijdens ons werk. Hierdoor kunnen we nog beter uitvragen waar patiënten en hun naasten tegenaan lopen.


Stichting OOK faciliteert en begeleidt de Koplopersgroep bij het opzetten en integreren van niet-medische ondersteuning binnen de huisartspraktijk. Ben jij actief binnen de 1e lijn en heb je ideeën over dit onderwerp? Neem dan vooral contact op met Manager Kwaliteit & Onderzoek Anne-Marie Bart via Anne-MarieBart@stichting-ook.nl.

Patiëntinformatiecentrum Oncologie (PATIO) helpt bij niet-medische vragen

Annette Tolhoek (manager PATIO, Erasmus MC Kanker Instituut Rotterdam) heeft een artikel geschreven in het tijdschrift Oncologica, een uitgave van V&VN Oncologie dat vier keer per jaar verschijnt en wordt verstuurd naar de leden van V&VN Oncologie. In het artikel vertelt Annette over PATIO, het Patiëntinformatiecentrum Oncologie naast de hoofdingang van het Erasmus MC.

“Uit ervaring weten we dat patiënten, naast vragen over de medische behandeling, ook vragen hebben die niet-medisch van aard zijn, maar wel van invloed zijn op het dagelijks functioneren. Bijna alle oncologische patiënten hebben naast de medische behandeling behoefte aan begeleiding en ondersteuning. Zorgverleners kunnen behoefte hebben aan een plek waar zij de patiënt en diens naasten voor al deze niet-medische vraagstukken naar kunnen doorverwijzen. Om hier invulling aan te geven is op 1 januari 2019 PATIO (Patiëntinformatiecentrum Oncologie) opgericht in het Erasmus MC Kanker Instituut.” Bron Oncologica Jaargang 36 nr 3 2019

Wil je in contact komen met de ondersteuningsconsulenten in PATIO? Kom dan eens langs! PATIO bevindt zich naast de hoofdingang van het Erasmus MC.
Adres: Zimmermanweg 5, 3015 CP ROTTERDAM,
Telefoon: 010-7041202,
Mail : patio@erasmusmc.nl,
Geopend maandag t/m vrijdag 08:00 – 16:30 uur.

Of bekijk wat de online omgeving Mijn OOK voor jou kan betekenen.

Blog – Mensen met kanker zijn onbewust onbekwaam

‘Ja, dat is nogal wiedes’, zult u wellicht zeggen, als u deze titel leest. Iedereen kent wel iemand met kanker in zijn omgeving en weet dat toch?

Je komt als patiënt in een maalstroom terecht van angst en onzekerheid over wat je overkomt. Je wordt afhankelijk van dokters die weten wat goed voor je is. De meeste mensen kunnen maar moeilijk volgen en beoordelen wat de dokter zegt bij het stellen van de diagnose en bij het bepalen van de juiste behandeling. Het gaat dan ook om een hoogwaardige specialist; logisch dat je als patiënt op dat vlak onbekwaam bent. Vanzelfsprekend ook dat die specialist in het ziekenhuis actief het heft in handen neemt, de diagnose stelt en een behandeling voorstelt; hij neemt de lead, probeert de ziekte te genezen, in het belang van de patiënt. We willen niet anders, we gaan er terecht van uit dat de patiënt dat zelf niet kan.

Nazorg bij kanker

Hoe anders gaat het bij de nazorg bij kanker. “Had ik het maar geweten”, horen wij vaak als het gaat om ondersteuning in de nazorg van mensen met kanker. Waar ‘het beter maken’ volledig onder regie gaat van de specialist, ligt bij de nazorg de bal in hoge mate bij de patiënt. We gaan ervan uit dat de mens met kanker op dit vlak zelfredzaam is, zelf wel weet wanneer hij aan de bel moet trekken. Natuurlijk, er zijn vanuit het ziekenhuis nacontrole gesprekken, maar die zijn er vooral op gericht om te controleren of de ziekte helemaal weg is. En ja, soms wordt in het ziekenhuis aan patiënten gevraagd de lastmeter in te vullen. Dat is een vragenlijst die bedoeld is om patiënt te bevragen op dingen waar hij of zij last van heeft als gevolg van de ziekte. Maar als die al wordt ingevuld, dan is de opvolging vaak onder de maat (zo blijkt uit onderzoek (Uitkomsten QuickScans) van Stichting OOK).

Zwart gat na behandeling

De praktijk is dat de mens met kanker in het algemeen pas in actie komt om iets te doen aan klachten als gevolg van de ziekte, als die klachten daadwerkelijk optreden en er last van wordt ervaren. Zelfs dan is men vaak geneigd te denken: het hoort erbij, ik moet het ondergaan. En is men heel tevreden met de behandeling. Uit onderzoek van KWF en NFK blijkt dat dit relatief vaak voorkomt. Men kan te maken krijgen met psychische klachten, vermoeidheid of hindernissen in de relatie. Maar ook met financiële vragen of problemen op het werk. En het zwarte gat waar veel mensen na afloop van de behandeling in vallen is een bekend en veel voorkomend fenomeen.

Een goede vriend is onlangs behandeld aan hartfalen. Na de dotterbehandeling en het plaatsen van een stent is hij automatisch in een begeleidingstraject beland om weer goed te herstellen, fysiek en psychisch. Dit om actief te stimuleren dat hij zo goed mogelijk weer helemaal de oude wordt en functioneert in de maatschappij. Hoe komt het dat deze actieve begeleiding er wel is voor mensen met hartfalen, maar vaak ontbreekt voor mensen met kanker?

Kans op herstel wordt groter

Een toenemend aantal mensen leeft met kanker, de kans op herstel wordt steeds groter. Er zijn volop gekwalificeerde zorgverleners en deskundigen die klaarstaan om mensen met kanker te helpen. Er zijn steeds meer online tools en informatie beschikbaar om mensen met kanker bij te staan. En toch weten mensen met kanker die onvoldoende te vinden, wordt er te weinig gebruik van gemaakt en ervaren mensen (te) veel klachten. ‘Zelfmanagement’ lijkt in dit verband een aantrekkelijk concept, zeker voor financieel gedreven zorgverzekeraars, maar het kent zijn beperkingen. De ene patiënt is de andere niet, maar voor mensen die te maken krijgen met kanker is in het algemeen actieve(re) ondersteuning noodzakelijk om klachten zo veel mogelijk te voorkomen of die zo goed mogelijk te verhelpen.

Onbewust onbekwaam

Mensen die de diagnose kanker krijgen zijn in veel gevallen onvoldoende bekwaam bij het omgaan met de gevolgen van de ziekte en de behandeling op hun leven. Zij weten niet wat ze allemaal te wachten staat en welke mogelijkheden voor hulp bij hen passen. En ze zijn zich er ook niet van bewust. Ze zijn onbewust onbekwaam, logisch, als je leven op zijn kop staat. Mensen met kanker verdienen het dat ook op dit vlak actief ondersteuning wordt geboden. Uitgaan van zelfmanagement als dat kan en actief de juiste ondersteuning bieden op het juiste moment. Dat behoort standaard zorg te zijn voor mensen met kanker. Net als bij mensen met hartfalen!

Bart Diederen, Stichting Optimale Ondersteuning bij KankerDit opiniestuk (geschreven door Bart Diederen, Directeur Stichting OOK) is op vrijdag 21 juni verschenen op medische website Skipr. Lees ook zijn blog Mensen met kanker zijn onbewust onbekwaam‘.

 

Heb jij vragen over ondersteunende zorg bij kanker? Lees hier meer informatie over hoe een ondersteuningsconsulent jou kan helpen. Samen met de ondersteuningsconsulent bespreek je welke hulp bij jou past.

‘Niet-medische ondersteuning bij kanker verdient zich terug’

Goede niet-medische zorg voor mensen met kanker kost geld. De opbrengsten hiervan worden vaak niet in kaart gebracht. Bureau Sinzer ontwikkelde in opdracht van KWF maatschappelijke business cases. Hierin worden de besparingen in euro’s aangetoond, maar vooral ook de impact in extra waarde voor mensen met kanker. Journalist Leendert Douma van Qruxx schreef hierover een artikel.

Directeur Marlon van Dijk van Sinzer presenteerde de maatschappelijke business cases in Utrecht tijdens het symposium Ondersteuning bij kanker:” Samen naar beter.” Hierin worden de maatschappelijke kosten en baten van interventies of programma’s vanuit verschillende stakeholderperspectieven in kaart gebracht en doorgerekend.

Bewezen waarde voor patiënt

“De opbrengst, of het maatschappelijk rendement, definiëren wij als beleefde waarde voor de patiënt én door middel van kostenbesparingen voor zorgverzekeraars, werkgevers, particulieren of de overheid”, aldus Van Dijk.

De beleefde waarde voor de patiënt heeft zich bij meerdere de interventies bewezen. Eén daarvan is een beweegprogramma dat onder begeleiding van een fysiotherapeut wordt ingezet bij borstkankerpatiënten. Deze is effectief in het verminderen van vermoeidheid en bijwerkingen, wat positieve gevolgen heeft voor het functioneren. Hierdoor gaan mensen weer eerder en voor meer uren aan het werk.

Kostenbesparingen

Het financiële plaatje is lastiger. Van Dijk: “Een van de problemen is dat de kosten vaak bij de ene partij liggen en de baten bij een andere. De totale kosten zijn vrij gemakkelijk te bepalen, dit is een kwestie van arbeidskosten, ontwikkelkosten, materiaalkosten, huur, etc. onder elkaar zetten.”. De totale kosten werden afgezet tegen de kosten bij normale behandeling. De besparingen per jaar lopen per deelnemer nogal uiteen.

Werkgever

Bij het beweegprogramma is de berekening gedaan met een gemiddelde van 2.500 borstkankerpatiënten per jaar. De baten komen vooral ten goede aan de werkgever, zo laat de rapportage zien. Bijna de helft daarvan is toe te schrijven aan toename in productieve uren. Sinzer concludeert dat iedere geïnvesteerde euro in het beweegprogramma kan leiden tot een maatschappelijk rendement van 2,06 euro.

 “Als je bovenstaande cijfers legt op de hoeveelheid mensen die baat hebben bij de interventies, kun je berekenen wat dat de maatschappij tussen 2018 en 2030 zal opleveren.”

Lees hier het hele artikel.

Ondersteuning bij kanker: ziekenhuis aan zet?

Voor steeds meer ziekenhuizen wordt duidelijk dat het ondersteunen van mensen met kanker bij het omgaan met de gevolgen van de ziekte beter moet. Ze zien dat mensen met kanker ondersteuning missen, ondanks informatievoorziening en een groot aanbod van zorg en hulp. Het blijkt voor het ziekenhuis een behoorlijk lastige opgave om dit te verbeteren. Hoe komt dat?

Naar mijn mening hangt dit samen met de complexiteit van de zorg, de uiteenlopende behoeften van mensen met kanker en de vaak beperkte verbinding met de wereld buiten het ziekenhuis.

Complexiteit van zorg

Oncologische zorg is vaak hoog complexe specialistische zorg. De complexiteit neemt nog toe als het ziekenhuis ook serieus aandacht wil besteden aan het actief ondersteunen bij de gevolgen van kanker, op niet-medisch vlak. Voor het ziekenhuis dat beter wil begeleiden is de vraag wat er precies nodig is aan (aanvullende) capaciteit, kennis en gespreksvaardigheden bij zorgverleners. Ook is de vraag hoe de begeleiding voor alle mensen met kanker goed georganiseerd kan worden in een setting waar de primaire focus (begrijpelijk) ligt bij de medische behandeling.

De gevolgen die worden ervaren en de ondersteuningsbehoeften verschillen per persoon. Uit de quickscans die mijn collega’s en ik tot nog toe bij twintig ziekenhuizen hebben uitgevoerd, blijkt dat mensen met kanker behoefte hebben aan maatwerk: de juiste informatie of verwijzing op het moment dat daar behoefte aan is. In veel gevallen is hier nog geen sprake van. Het gesprek over de gevolgen van de ziekte vindt onvoldoende plaats en een grote groep mensen met kanker mist informatie en actieve ondersteuning. Voor het ziekenhuis is het de vraag hoe dit proces van ondersteuning structureel te organiseren en het bieden van maatwerk per persoon te verankeren in het gehele zorgproces.

Verbinding

Mensen met kanker ontvangen meestal zorg over de grenzen van lijnen, domeinen en organisaties heen. Er is een enorme hoeveelheid van regionaal en landelijk aanbod beschikbaar van informatie, ondersteunende zorg en hulp. Dit aanbod bereikt veel mensen nog onvoldoende. Is een betere verbinding met het aanbod mogelijk? Welke doorverwijsmogelijkheden passen bij de klachten van mensen met kanker? Is samenwerking nodig en met wie? Hoe kan dit alles hanteerbaar georganiseerd worden rondom de individuele persoon?

Bovendien spelen allerlei beleidsmatige ontwikkelingen, wat het nog wat complexer maakt voor het ziekenhuis om samenhang aan te brengen in het vraagstuk. Voorbeelden daarvan zijn het meten en bespreekbaar maken van uitkomsten van zorg, substitutie van zorg en e-health. Dit maakt dat het voor ziekenhuizen niet eenvoudig is om een toekomstbestendige visie te ontwikkelen en daar naar te handelen.

Gewenste rol

Hoe kan het ziekenhuis de goede lijn vinden? Ik denk dat het begint met de vraag te beantwoorden wat het ziekenhuis wil en hoe het zijn rol ziet bij het begeleiden van mensen met kanker op niet-medisch vlak. Ziet het ziekenhuis zichzelf voornamelijk als voorlichter, waarbij de patiënt bij de start van de behandeling alle relevante informatie krijgt aangereikt? Of ziet het ziekenhuis zich als aanbieder van medische, paramedische en niet-medische zorg en ondersteuning, waarbij mensen binnen het ziekenhuis gebruik kunnen maken van een breed aanbod van diensten voor een betere kwaliteit van leven? Of kiest het ziekenhuis ervoor om actief samen te werken met oncologienetwerken in de regio, zodat de niet-medische aspecten voornamelijk worden opgepakt door partners in de 1e lijn? Wellicht zijn er nog meer varianten mogelijk?

Ik denk dat een duidelijke visie en heldere keuzes over de gewenste rol van het ziekenhuis bij de ondersteuning van mensen met kanker essentieel is. Alleen dan kan een toekomstbestendige aanpak worden gekozen waarbij ieder mens met kanker de juiste ondersteuning ontvangt. Het ziekenhuis dat zich dit realiseert, maakt een goede eerste stap. Diverse ziekenhuizen nemen initiatieven waaruit blijkt dat het kan.

Rik van Bemmel Stichting OOKDit opiniestuk (geschreven door Rik van Bemmel, Manager Implementatie) is op dinsdag 4 december verschenen op medische website Skipr. Lees ook zijn blog ‘Zwart gat na behandeling kanker niet acceptabel

Symposium Ondersteuning bij kanker ‘Samen naar beter!’

Ben je werkzaam in de oncologie en verantwoordelijk voor het proces van ondersteuning bij kanker in een ziekenhuis? En ben je benieuwd hoe andere ziekenhuizen invulling geven aan ondersteunende zorg bij kanker? Kom dan naar het symposium Ondersteuning bij kanker ‘Samen naar beter!’ op woensdag 6 februari 2019. Tijdens het symposium gaan we samen in gesprek over de reeds ontwikkelde, vernieuwende initiatieven op het gebied van niet-medische ondersteuning bij kanker.